Wat je nodig hebt
Spanningsbron, ingesteld op 6 V
LED en weerstand R1
Schuifweerstand R2 van 100 Ω
Twee multimeters en snoeren
Werk in groepjes.
- Inleveren
- Per groepje bij je docent: de grafiek van de (U,I)-karakteristiek van de LED, of een ingevuld practicumwerkblad algemeen.
De karakteristiek meten
Bouw de schakeling van figuur 1, met de schuifweerstand als spanningsdeler, een stroommeter in serie met de LED en een spanningsmeter over de LED.
Laat je schakeling controleren door de docent voordat je de spanningsbron aanzet.
Zet de bron op 6 V en verschuif de schuifweerstand. Verandert de lichtsterkte? Brandt de LED helemaal niet, draai hem dan om. Noteer bij welke spanning de LED net begint te branden.
Meet rond de drempelspanning minstens tien punten en daarna nog vijf punten bij hogere spanningen. Zet de stroommeter zo nodig op µA en reken om naar mA. Noteer de waarden in de tabel.
Meting U (V) I (mA) Meting U (V) I (mA) 1 9 2 10 3 11 4 12 5 13 6 14 7 15 8 Teken op millimeterpapier de (U,I)-karakteristiek van de LED. Zet grootheden en eenheden bij de assen, kies een handige schaalverdeling en teken de meetpunten duidelijk.
Wat valt je op aan het diagram dat je hebt getekend?